Aïcha Nour, Djibouti

«Ik heb eigenlijk heel mijn leven infibulaties uitgevoerd, ik ben ermee opgegroeid. Ik kon tot 5 000 Djibouti Frank (22 euro) per meisje verdienen. De schaamlippen werden afgesneden, dan plakten we ze terug samen met traditionele producten en lieten een klein of groot gaatje, naargelang de wens van de moeder.» Aïcha besefte waar ze mee bezig was dankzij een opleiding van de NGO Tostan. «Men sprak over de neveneffecten op de radio, maar niemand was tot hier gekomen om het ons uit te leggen. Ik dacht dat het enkel verhalen waren…» Aïcha wordt vervolgens lid van het beleidscomité van haar buurt en keurt mee een ‘publieke verklaring om af te zien van vrouwenbesnijdenis’ goed. Ze heeft haar mes weggegooid voor de ogen van haar gemeenschap.

Aïssatou Diallo, Guinea/Belgium

Vier jaar geleden is Aïssatou haar land ontvlucht om haar dochters te beschermen tegen vrouwenbesnijdenis: «Alsof het gisteren was, zo levendig herinner ik mij de pijn van mijn eigen besnijdenis. Ik heb een klein meisje daardoor zien sterven en vele anderen verminkt door het leven zien gaan… Ik zou nooit hebben kunnen verdragen, dat ze mijn dochters zoiets zouden aandoen. Maar daar hebben mijn schoonzussen evenveel zeggenschap als ik, wanneer het over mijn dochters gaat. En ze waren vastberaden om de eer van de familie te vrijwaren. Mijn dochters werden constant bedreigd, ik werd zelfs in elkaar geslagen. Na jaren in angst en afwijzing te hebben geleefd, en ik alle moed en hoop had verloren, heb ik alles achter mij gelaten. Vandaag zijn mijn dochters veilig, ik herleef… Maar ik wil vechten voor de 3 miljoen jonge meisjes die elk jaar bedreigd worden. Mijn droom? Om binnen 10 jaar te kunnen zeggen: ‘ik maak deel uit van de laatste besneden vrouwen’.»

Céline Verbrouck, Belgium

Deze Belgische advocate staat in Europa bekend om haar pleidooien die vrouwelijke genitale verminking aanklagen. Ze maakt gebruik van juridische middelen om deze praktijken af te schaffen. Haar vzw, INTACT, verricht vooral preventief werk om kleine meisjes te beschermen. Ze zorgt er ook voor dat internationale overeenkomsten gerespecteerd worden: «Vrouwenbesnijdenis schendt de fundamentele mensenrechten. Men kan dat niet goedpraten. Dankzij het recht, of het nu strafrecht, burgerlijk of asielrecht betreft, beschikken we over de noodzakelijke hulpmiddelen om kinderen, onze kinderen, te beschermen, of ze nu hier of elders geboren werden of wonen. Het is essentieel om deze vrouwen en hun familie hier bij ons bescherming te bieden. We zijn allemaal bij deze problematiek betrokken en moeten onze verantwoordelijkheid opnemen.»

Comfort Momoh, MBE, Nigeria/Ghana/United Kingdom

«Zelfs mannen contacteren mij voor ze gaan trouwen: ‘Comfort, je moet ons helpen. Je kent het probleem van Afrikaanse vrouwen…’ Ja, ik ken het.» Al 25 jaar lang voert de vroedvrouw en volksgezondheidsspecialiste Comfort desinfibulaties uit (heropening van de vulva) die vrouwen toelaat om seksuele betrekkingen te hebben en op natuurlijke wijze te bevallen. Ze richtte de tweede gespecialiseerde kliniek in Engeland op in 1997. «Toen we begonnen in de jaren 80 en begin jaren 90 waren de gemeenschappen woedend. Ze gooiden met stenen en eieren naar ons en zeiden: “Je komt uit Afrika, waarom spreek je over die dingen?”. Maar nu zullen we erin slagen om hier een einde aan te maken, net zoals aan de voetinbinding in China.»

Coumba Toure, Mali, France

Ze werd besneden toen ze 12 was en werd in 1982 de medeoprichtster van GAMS France. Ze heeft dan ook gezworen dat haar dochters dat nooit zullen moeten meemaken: «Toen ik mij hiervoor inzette, was het ondenkbaar dat een Afrikaanse vrouw die traditie zou afwijzen. Ik werd uitgescholden, aangevallen. Sindsdien is er al veel gebeurd, maar het vergt tijd vooraleer de opvattingen veranderen. Moeders kregen te horen dat vrouwenbesnijdenis een bron van vrouwelijkheid en vruchtbaarheid is, dat het de seksualiteit verbetert, dat onbesneden vrouwen losbandig zijn… Dus doen ze het voor hun dochters, denkend dat God het zo wil. Ze weten niet dat ze zich vergissen. Het zijn geen wilden of barbaren. Ze weten niet dat het grote verschil tussen een besneden en onbesneden vrouw de pijn is. Een heel leven vol pijn.»

Dr Ababacar Mbaye Diaw, Senegal

«Ik werd met besnijdenis geconfronteerd in de familie van mijn vrouw.» Ababacar, die in Moskou zijn diploma geneeskunde behaalde, kwam in 1992 naar België. Hij droomde van een specialisatie gynaecologie, maar kwam op radiologie terecht. Toch komt men hem, een Afrikaan, halen wanneer het om vrouwen gaat die een infibulatie ondergingen. «Ik dacht: de mensen uit de Afrikaanse diaspora, die kunnen een boodschap doorgeven, met hen moeten we werken.» Met zijn landgenote Khadidiatou Diallo richtte hij GAMS België op (Groupe pour l’Abolition des Mutilations Sexuelles féminines), een organisatie die strijdt tegen vrouwelijke genitale verminking. Nadien zetten ze ook een antenne op in Senegal. «In tegenstelling tot mannenbesnijdenis, die in sommige gevallen medisch verantwoord is, heeft dit soort verminking geen enkele zin.»

Hélène Diallo, Guinea

Hélène is verpleegster. Lange tijd heeft ze kleine meisjes besneden, zoals haar grootmoeders het haar leerden. De ouders betaalden haar met lendendoeken, geld, olie, en vette hanen. In het hospitaal heeft ze de ravage gezien die vrouwenbesnijdenis met zich meebrengt. «Tijdens de bevallingen was er niet genoeg ruimte om de baby eruit te krijgen. We moesten boven en onder de vagina incisies maken. Er waren scheuringen. Ik heb besloten het mes te begraven en die praktijken te stoppen.» Hélène en haar man hebben een kleine kliniek voor weeskinderen geopend in Conakry. «Ik heb spijt dat ik die traditie heb voortgezet. Nu vertroetel ik de kindjes.»

Kandas Condé, Guinea

Kandas is 25 jaar. Hij is coördinator van een jongerencentrum op 50 km van Conakry. Van kindsbeen af noemt men hem ‘le bonheur de la jeunesse’ omdat hij zich graag inzet voor zijn gemeenschap. Het centrum van Coya sensibiliseert jongeren tussen 15 en 25 jaar over verantwoordelijke seksualiteit, ongewenste zwangerschap en vrouwelijke genitale verminking. «Bijna alle meisjes van die leeftijd zijn besneden. Ik vind dat een misdaad, maar ik kan dat niet op die manier zeggen. Ik moet tonen dat ik opensta voor discussie.» In deze regio denken nog veel mensen dat onbesneden meisjes losbandig zijn. «Sensibilisering is als een strovuur, het moet steeds opnieuw aangewakkerd worden.»

Kourecha Ahmed, Djibouti

Ze laat zich fotograferen met haar vier dagen oude dochter die nog geen naam heeft. Kourecha werkt als vroedvrouw in Ali-Sabieh (Djibouti). Vriendinnen vragen haar soms om hun dochter te besnijden. «Ik zeg altijd nee. Ik probeer uit te leggen waarom. Ik word nog altijd achtervolgd door de stress van mijn eigen besnijdenis. Het komt terug in mijn dromen. Ik was zeven jaar oud. Al mijn vriendinnen waren al geïnfibuleerd en ik kon niet wachten om ook zo te zijn. Niemand heeft mij gezegd dat ik van de eerste dag tot de bevalling pijn zou hebben. Dat het zou branden, scheuren, dat ik nooit genot met mijn man zou ervaren en dat er een incisie moest komen om te kunnen bevallen van mijn eerste kind. Niemand zei me dat.»

Mama Sayon Bangoura, Guinea

Mama Sayon heeft veel invloed in haar buurt. Tot voor kort hielp ze arme ouders om hun dochters te besnijden. «Ik ging de kinderen op straat halen. Ik bracht ze naar het hospitaal of naar de oude vrouwen in het bos. Ik verspilde al mijn geld om ze te kleden en eten te geven.» Mama Sayon was ervan overtuigd dat ze haar gemeenschap een dienst bewees. «Mijn nichtje heeft mij uitgelegd dat ik dat niet meer mocht doen. Veel meisjes hebben geleden door die traditie. Als het goed was, waarom zijn er dan zoveel vrouwen aan gestorven?» Vandaag gebruikt Mama Sayon haar grote invloed om deze praktijk te stoppen. «Dit jaar heeft niemand in deze buurt nog een vrouwenbesnijdenis uitgevoerd. Ik heb gezegd dat het fout was.»

Omar Ciss, Senegal

Omar, acteur bij het gezelschap Kocc Barma uit Rufisque (in het noorden van Senegal), heeft het volkstoneel in Burkina Faso ontdekt. «Het is de beste manier om het volk bewust te maken van deze problematiek.» Een van hun voorstellingen heeft het over vrouwelijke genitale verminking.«We kennen allemaal mensen die deze traditie voortzetten. In sommige dorpen mag men het woord ‘vrouwenbesnijdenis’ niet uitspreken. Tijdens de voorstelling doet een acteur dat toch. Een andere antwoordt: ‘Opgelet, dat woord mag je hier niet gebruiken’. De mensen lachen. Zo worden ze, zonder hun gevoelens te kwetsen, geprovoceerd en gedwongen het debat aan te gaan. Als er niet over gesproken wordt, kan men dit probleem nooit aanpakken.»

Roukia Youssouf, Djibouti

Ze is 37 jaar oud, heeft zes kinderen en een daverende stem. Roukia is voedvrouw en geeft opleidingen aan tieners. «Wie kan mij vertellen waarom er meisjes in ons land gemarteld worden?» «Voor het seksueel genot van de man», «om esthetische redenen», «zodat het meisje niet zou vreemdgaan», is wat jongeren antwoorden. «En wat nog?» Roukia heeft haar oudste dochter in de materniteit besneden «omdat dat de gewoonte was». Vandaag zet ze zich, samen met een geestelijke leider, in voor de strijd tegen verminking van vrouwen. «Tegen een analfabete nomade mag je zeggen wat je wil, als er een geestelijke leider naast je staat, zal ze naar hem luisteren.»